Muziek weerklinkt in de straat van het verzorgingshuis. De vrolijke mars galmt tegen de gevels.
“Is die herrie nu nodig?” moppert Kees. Hij doet het raam open. “Hé! Is die herrie nodig!”
“We moeten oefenen voor Koningsdag, m’neer!” roept de tamboer-majoor.
“Kan dat dan niet zachter of elders? Mijn moeder ligt hier dood te gaan. Het mensje is nota bene honderdzes!” Woedend gooit Kees het raam dicht.
De tamboer-majoor marcheert het orkest in uptempo weg om de harmonie te bewaren. Die bejaarden worden steeds mondiger!
Kees werpt nog een duistere blik naar buiten.
Een grijs, gerimpeld kopje heft zich op uit het doodsbed achter hem. “Heb je nu de engelen met hun bazuinen weggestuurd, Kees? Die muziek was zo hemels…”


Mooi. Stel je voor dat er dus wél een poort is straks en dat het Hankse St. Cecilia er staat te toeteren. Ik zou me rotlachen!
Mooi dat je een stukje over een harmonie schrijft, maar het woord zelf in die andere betekenis gebruikt.
Wat je bedoelt met de cursieve zin vind ik niet helemaal duidelijk. Het zal misschien om een gedachte van die tamboer-majoor gaan, maar dat is wat vaag, omdat we niet weten hoe oud Kees is. Als hij een zoon van die honderdzesjarige is, kan het wel kloppen. Dan zou ik in die laatste zinnen wel uit laten komen dat het om zijn moeder gaat.
Het was inderdaad bedoeld als een gedachte. Hij loopt langs het verzorgingstehuis (bejaardenhuis van maken? Rusthuis?) en het boeit hem verder niet wie er staat te schreeuwen. Hoewel de zoon natuurlijk ook al hoogbejaard kan zijn.
Mooi. Zo blijkt maar weer dat welke muziek dan ook en op welk moment dan ook een steun voor iemand kan zijn. Mooi ook dat Kees zelf ook blijkbaar (hoog)bejaard is.
Goede verhaal, passende titel en verrassend slot.
@Hay, er staat toch al eerder in het stuk, dat het om de moeder van Kees gaat?
Hartje.
Ach, hoe verschillend muziek opgevat kan worden. Mooi stuk.