Rond middernacht word ik gewekt.
‘We peilden hem weer.’
‘Waar?’ vraag ik.
‘Vijf kilometer over de grens. In het grootste gebouw van het dorp.
Hoe kan iemand zo stom zijn? Als zijn maten die smartphone vinden, kelen ze hem. Werktuiglijk kleed ik mij aan en wrijf stof door mijn baard en over mijn zwarte vodden. Ik pak mijn Kalasjnikov en vertrek.
Dankzij de maanloze nacht bereik ik mijn doel onopgemerkt.
Ik klop aan.
‘What do you want?’ klinkt het vanachter de deur.
‘I have a message for Youssouf Al Hollandi’ antwoord ik.
Even blijft het stil.’How did you know I’m here?’
Youssoufs stem klinkt nu heel dichtbij.
‘They told me,’ zeg ik en schiet een salvo door de dichte deur.
‘


Dag Hay,
Het zijn volgens mij ‘Youssoufs maten’.
Het voelt ook geforceerd aan, met het achterlaten van die oranje overall.
Ja, daar zit iets in. Waarschijnlijk was ik weer te uitleggerig. Heb ik vaker last van. Ik ga er nog eens over nadenken. Dank voor je commentaar, Han.
Ik had vanmorgen maar één minuut nodig om Han gelijk te geven. Die zin met de oranje overall is er dus uit.
Op gevaar af voor een gewelddadig iemand versleten te worden heb ik het stukje meteen maar omgeschreven naar de ik-vorm. Dat voelt voor mij toch wat natuurlijker aan.
Mooi! En ook gruwelijk. <3
Heel spannend. Ik lees geen krant maar heb wel een vermoeden waar het zich afspeelt.
Van mij mag je wel uitleggerig zijn. Nu geef je helemaal niks prijs van wat voor schade hij daadwerkelijk heeft aangericht.
Waarom maak je je eerst zorgen dat ‘ zijn maten hem kelen’ en schiet je hem vervolgens dood, of gaat het niet om dezelfde Youssouf?
Hoezo zorgen? Hij vraagt zich alleen af hoe Youssof zo stom kan zijn. Ik begrijp je vraag eigenlijk niet, Jose.