Met mijn ijskoude handen in mijn mouwen, trotseer ik de wind op het open, laatste stuk voor we linksaf slaan naar het duin. Ik troost me met de gedachte dat de klim me zal opwarmen. Bijna boven horen we het bulderen van de zee al. We dalen af tot dicht bij het strand. Het grote gebulder past niet bij het kleine halvemaantje zee dat zichtbaar is in de mist.
Terwijl we het fascinerende schouwspel bewonderen, denk ik even aan jou. Op deze plek hebben wij samen een paar jaar geleden ook gestaan. De zee was toen groot en blauw. De herinnering doet me glimlachen.
Opgewekt aanvaarden we de terugtocht. Met de wind in de rug is het een stuk aangenamer.


Heel mooi geschreven, Marlies
Klein puntje: aanvaarden ott > aanvaardden ovt (tenzij je het werkwoord aanvaren bedoelt, maar dat kan ik dan niet plaatsen)
Oeps! Dank je, Nel! Aangepast.
Mooi Marlies, positief einde gemaakt. Je krijgt een hartje van mij. 🙂
@Marlies, bij eerste lezing een mooi sfeerbeeld, maar herlezen roept vragen op. Zo is er sprake van een ik en dan is er opeens een we. Niet duidelijk is wie die we zijn. Of uit hoeveel personen we bestaat.
Het is jammer dat het stuk niet in de tegenwoordige tijd staat, daar leent het zich bij uitstek voor. Het zou ook vaart in het stuk brengen.
Teruggetrokken uit de eerste zin ervaar ik als overbodig. Daarnaast vraag ik me af hoe iemand een klim kan maken op die manier. Dan moeten je armen niet statisch in die mouwen zitten. Want wil je ze in die mouwen houden, dan moet je ze vasthouden.
Het bulderen van de zee is eerder te horen dan wanneer je bovengekomen bent. Immers, je hoofd is er al, terwijl je benen nog een stukje moeten afleggen.
– trotseerde ik de wind op het laatste, open stuk
Kan dit ook gelezen worden als: trotseerde ik de wind op het open, laatste stuk?
De tegenstellingen tussen toen en nu heb je goed aangegeven.
@Ineke, ik begrijp wat je bedoelt. De ‘we’ zijn er twee, dat moet ik laten zien. Ik heb alleen het laatste stuk voor we linksaf gaan de handen in de mouwen, natuurlijk niet als we het duin opklimmen. En wat de TT betreft, daar heb je denk ik wel gelijk in. Ik zal kijken of en hoe ik het kan veranderen. Dank voor je commentaar!
@Marlies, je zou een “hem” kunnen laten vallen. Of een “haar”, natuurlijk.
Ik denk dat het goed in de tegenwoordige tijd geschreven kan worden. Zeker ook omdat er een glimlach kan zijn bij het denken aan wat hier verleden tijd is. Dan kun je “tussentijd” zichtbaar maken, zonder het te benoemen.
hartverwarmende herinnering
@Jacqueline en @José, dank jullie.
@Ineke, ik heb het stukje in TT gezet. Ik vind het niet zo belangrijk om te weten of ‘we’ bestaat uit 2, 3 of 12 personen. Ik heb wel de volgorde van open en laatste veranderd, dat vind ik beter. Verder nog een kleine aanpassing.
Mooi Marlies. Ik zou zeggen om van ‘we’ ‘ik’ te maken, om de tegenstelling te maken met de gezamelijke wandeling waar je aan terug denkt. Maar goed, ik begrijp dat het non-fictie is.
Dank je, Inge.