Het was iets met het concentrerend vermogen van de nieren. Hoe het precies zat, kreeg hij niet gereproduceerd, daarvoor dwaalden zijn gedachten te snel af. Het was zelfs letterlijk teruggekomen op het tentamen destijds, zo’n rekenvraag. Wat hij nog wel wist, was dat het in ieder geval geen enkele zin had. Integendeel. En toch …
Hij kon zich de laatste keer bijna niet meer herinneren, terwijl hij – uit datzelfde tentamen – wist dat het nooit langer dan een dag of drie, hooguit vier, geleden kon zijn dat hij gedronken had. Anders was hij al wel dood geweest. En leven deed hij, anders kon hij nooit zo’n onmenselijke dorst hebben. Hij vouwde zijn handen en schepte gulzig het zoute water naar zijn mond.


Hier kun je allerlei beelden bij krijgen. Ik vermoed dat hij laveloos ergens in de vloedlijn ligt.
Tussen zat en kreeg plus wist en was horen voor mijn gevoel komma’s.
<3
Dank voor je komma’s, Hay 🙂
Een mooi open einde? Of toch niet? <3
mooi, de hallucinatie van de verschrikkelijke dorst