De geloofswereld van mijn ouders kon niet verder uiteen liggen: hij kwam van een oer-katholiek Brabants dorpje en zij had een uit Zuid-Holland geïmporteerde protestante stadsigheid. Het was en bleef liefde, op het eerste en alle volgende gezichten.
Mijn vader ontwikkelde daardoor een veel serieuzer geloof dan hij van vroeger uit kende. Toen was geloven vooral biechten, en aflaten verdienen.
Hij biechtte braaf wekelijks dezelfde zonden.
De aflaat was de kortingsbon op de wachttijd tot je bestemming in de hemel. Bijvoorbeeld door een kerkdienst bij te wonen. Dat was omschreven als door de voordeur een kerkgebouw ingaan. Via de zijdeur eruit, en dan weer opnieuw aan de voorkant naar binnen. Zo verdiende hij er twee voor de prijs van één.

Recente reacties