‘ Waar gaat de reis naartoe, meneer’?
‘Naar het hoogste dat ik in dit land kan bereiken.’
‘Dat klinkt ambitieus.’
‘Dat is het ook, ik doe het niet voor minder, ik ga voor de absolute top.’
‘U wedijvert met Sven Kramer en Irene Wüst.‘
‘Je moet steeds weer je grenzen verleggen.’
‘Vandaag denkt u het grote doel te halen?’
‘Dat moet lukken, als U een beetje meehelpt.’
‘Ik zal de trein weer in beweging zetten.’
‘Zijn we nu vlak bij de hoogste bestemming?’
‘Ja meneer, Roodeschool is de eindhalte, hoger kun je in Nederland met de trein niet komen.’
‘En dan te bedenken dat ik uit Maastricht kom en daar morgen weer naar toe moet.’
‘Zo diep kan een mens zinken.’


Leuke schrijfstijl.
Leuk stukje, José 🙂
Aardig bedacht, alleen werd de clou mij hier wat al te snel duidelijk. Ik had het leuker gevonden als dat pas in de laatste zin(nen) gebeurd was.