‘Het duurt weer eindeloos, hè. Die dokters kunnen beter kletsen dan doorwerken.’
‘Ahum… Nou ja…’
‘Aha, jij leest een boek. Mijn vrouw vindt dat ik dat ook eens moet proberen, maar ja, zij kletst ook te veel.’
‘Ja ja, zou kunnen.’
‘Ik vertel liever een goeie mop als ik me verveel. Los het volgende raadsel eens op. Het is dik en geel, maar wat er uit komt, is dun en geel.’
‘Een pot mosterd?’
‘Haha, mispoes! Weet je wat het is? Een vette poepchinees!’
‘Oke, mag ik nu eindelijk doorlezen?!’
‘Wil je dan niet weten welke klacht ik heb?’
‘Liever niet.’
‘Droogkloot! Ik vertel het toch. Chronische diarree.
Ho, waarom klap je dat boek zo hard dicht?
Argh… Au… Nee…!’


Het woord mosterd levert bij mij bar weinig inspiratie op voor diepgravende stukjes. 😉
Hay, ik zie wél inspiratie in jouw tekst. De insteek (grap en clou) vind ik een originele invulling. Naar mijn smaak had de dialoog iets natuurlijker mogen klinken door minder uitleg hierin te stoppen. B.v. Aha, u leest een boek óf Mijn vrouw leest dat boek ook (zo duid je indirect ook de sekse). Maar, vermakelijk om te lezen <3
Die man is bepaald niet het type om ook maar enig benul te hebben van wat zijn vrouw leest, AnneJo. 😉
Bedankt voor je hartje en feedback. Ik loop de dialoog nog eens na met jouw opmerking in mijn achterhoofd.