“Wakker?”
“Ja”.
“Hoe voel jij je?”
“Diep depressief”.
“En nu?”
“Slapen”.
“Ga er wat aan doen?”.
“Oké!”
“Wat?”
“Ik ga wel mountainbiken”.
“Kom op dan, kleed je aan”.
“Goed”.
“Klim op je fiets”.
“Ja maar ik trap zo krachteloos”.
“De bewegingen zullen je goed doen”.
“Dat klopt, toch ga ik nu naar huis”.
“Ik ga eerst even lekker douchen, voordat ik koud word”.
“Maak nu twee boterhammen klaar, je zult wel trek hebben na deze korte rit”.
“O, wat is dit genieten, het smaakt heerlijk!”
“Waarom begin je opeens zo langzaam te kauwen?”
“Die tweede boterham wil ik echt niet meer, ik ben zo ontzettend moe”.
“Ik snap het al, de depressie keert onherroepelijk terug, zoals mosterd na de maaltijd”.

Recente reacties