Op een dag stond mijn lerares Nederlands met gespreide armen voor het raam, haar hoofd was toegewend naar de zon. Ze declameerde op plechtige toon:
‘Vliegende vlamme, vlerke van het zonnewiel’
Op dat moment werd bij mij de liefde voor de poëzie geboren. Terwijl de rest van de klas lachte, droomde ik weg.
Op een mooie herfstdag in de gouden glans van de najaarszon citeerde zij:
‘Herfst neem mij bij uw blaren,
deze september is te wit
om alleen in te dwalen
en ik ben als een blad alleen…’
Nu regent het en ik denk met weemoed terug aan juffrouw V. en aan de dichter Bloem:
‘Het regent en het is november:
Weer keert het najaar en belaagt
Het hart…’


Wat een prachtige stukje, prachtige ode aan de poëzie.
Ik deel deze liefde. Zo veelzeggend. Zo ook je stukje deze ochtend. Dank je wel, Nel.
Fijn om te horen @Levja
De eerste regel komt uit een gedicht van Guido Gezelle en het tweede gedicht is van Gerrit Achterberg. Maar dat heb je vast wel herkend,
(En nog steeds ga ik elk jaar naar de Nacht van de Poëzie,)
mooie inspiratiebron!