Onrustig zat Aimée in het plastic kuipstoeltje. Ze voelde haar hart kloppen alsof haar hele lichaam reageerde op de roffel vanuit haar borstkas. Het zweet stond in haar handen. Niet dat ze daar bewust aan dacht, want de beelden van de jonge huisarts leken niet van haar netvlies te willen wijken. Het voelde op een vreemde manier prettig, maar het was niet normaal. Ze schaamde zich dat ze zo vaak kwam. Eigenlijk wist ze wel wat hij zou zeggen.
“Het is een infectie.” De huisarts observeerde Aimée door zijn diagnoselenzen. Hij schreef het recept voor genezing uit.
Op weg naar buiten las Aimée het recept. “Drie maal daags…” Ze kon de naam van het medicijn niet ontcijferen. “… tegen verliefdheid.”


… en als het niet helpt, kom je nog maar eens terug?
<3
Zo had ik het nog niet gelezen, Benny… ik ben meestal wat zwartgalliger 🙁
En? Wist ze dat hij dat zou zeggen? En dan nog schriftelijk.
Communicatie is de moeder van, nou ja, ergens van.
Ook daar kan je goed ziek van zijn ….
Leuk! Ik ben trouwens wel benieuwd welk medicijn daar tegen bestand is 😉
Haha, als het zo eenvoudig was…
@Jack: leuke huisarts met humor. Daar wordt je verliefd op.