Langs het steil aflopende pad liggen losgeraakte brokken gestold lava. Ik leg deze weg dagelijks drie keer af. De zwaveldampen slaan, ondanks het provisorische gasmasker, op mijn longen. Ik ben het gewend.
Als ik op de bestemming aankom, licht ik met een fakkel mijn delfplaats bij. Verderop wordt een brand geblust, die is ontstaan door een lekkende toorts van een collega. De blauwe gloed blijft fascinerend om te zien.
Ik hak de gele zwavel los en plaats het in mijn mand. Straks sjouw ik zo’n zestig kilo in de verzengende hitte naar de verzamelplaats.
Met wat geluk kom ik toeristen tegen die deze hel willen zien. Met het verhuren van zelfgemaakte gasmaskers kan ik mijn dagloon in een uurtje verdubbelen.


Sterk.
Beklemmend, zeker een hartje waard.
Kleine tekstuele opmerking: in regel 7 staat er ‘ik hak de gele zwavel los en plaats het in mijn mand’. Moet ‘het’ niet ‘hem’ zijn?
@bennybielen Daar twijfelde ikzelf ook over. Formeel heb je denk ik gelijk, maar ik vond het niet mooi ‘ogen’ en het oog wil ook wat. Ik peins er nog even op.
Hmm, oppeinzen. 🙂
@hadeke, mooie titel, krachtig verteld.
@Hadeke goed ingeleefd!
goed stuk Hadeke