Met een geeuw in de aanslag poogt de schrijfster schrijversgeest te verleiden. Intussen strijkt een vette bromvlieg neer op een zwart gekarteld brillendoekje dat in een open brillenkoker fungeert als bezield lakentje om er de glazen van een fuchsia gekleurde bril mee op te wrijven.
Vlieg vliegt vliegensvlug weg. Zijn weergaloos
gebrom neemt automatisch de taak waar van de schrijversgeest.
Schrijfster is er stellig van overtuigd dat vlieg haar gereïncarneerde vader is omdat hij tijdens pensioen-introductiedagen met een getekende vlieg thuis kwam aanzetten. Hij ook vaak in haar kinderjaren grapte: ‘heb je weleens een vlieg als strontje tegen de muur omhoog zien kruipen?’
Schrijfster duikt met een onbestemd gevoel onder een turkooiskleurig dekbedovertrek.
‘Weet jij waar de vliegenmepper ergens ligt?’

Recente reacties