Station Wilhelminaplein ligt achter ons. Brullend rijdt de metro de tunnel uit.
Ik moet mijn ogen dichtknijpen, de Maas laat het zonlicht met duizenden spiegels tegelijk in mijn ogen schijnen. De metro vertraagt, ik kijk om mij heen als een toerist.
Rijnhaven.
Vroeger stonden hier pakhuizen, zij aan zij langs de kade. Trots en stoer, met opgerolde mouwen.
Nu zie ik er nog maar twee.
“Santos” staat op de één. De Jumbo staat ernaast te schreeuwen, met twintig wapperende vlaggen op zijn dak.
“Pakhuismeesteren” staat op de ander, verscholen tussen het nieuwe Luxor en Montevideo.
De Rotterdam domineert de skyline.
Mijn hand duwt op de groene knop en even later sta ik op de Hillelaan.
Heel eventjes verdrietig te wezen.

Oh, ja, dat kan ik mij ook nog herinneren. Ben er al jaren niet meer geweest, maar zoals je het beschrijft, zou ik die pakhuizen ook missen.
Mooi beschreven. Ik vind de laatste zin daaraan afdoen. Als je die weglaat lijkt het me sterker. Daarvoor heb je het verdriet van de verandering mooi omschreven.
Ik vind de laatste zin juist geweldig, echt Rotterdams.
Die rit heb ik 1000 keer gemaakt – mooi gevat!
Herkenbaar beeld, er liggen daar van mij ook vele voet-, fiets-, bromfiets- en autosporen. Even omzien, maar dan de blik vooruit, gericht op het heden en in gedachten op naar de toekomst.
Stukkie verder naar links en dan rechtsaf, daar ben ik geboren.
<3
Bedankt voor jullie reacties : )
Vind ik leuk
Heel mooi stukje en zo herkenbaar.