Antoinette de Jong, ontroostbaar was ze; geen medaille op de drieduizend.
Het is mij ook overkomen. Tijdens een wandeltocht. Ik kreeg een blaar onder mijn grote teen. Het deed te veel pijn en ik moest stoppen. Ik moest nog vijf kilometer. Ik was ontroostbaar. Mijn moeder zei dat ik nog maar zeven was en dat ik nog zat kansen kreeg om een medaille te halen. Ik nam die wijze woorden ter harte. Toen ik negen was kreeg ik mijn eerste medaille voor een wandeltocht van twintig kilometer. Huilend kwam ik over de streep en viel ik in mama’s armen.
Antoinette, het komt goed, over vier jaar zul je huilend over de streep komen met minimaal brons op de drieduizend meter!


Mooi en ontroerend.
’t Komt vast goed.