Tegenwoordig ben ik elke week ben ik bij mijn vader, om hem te helpen in het huishouden. Soms liggen de dingen nog op hun oude vertrouwde plekken, van zo’n veertig jaar geleden. Zoals de schaar aan de spijker. Maar soms ook niet meer. Zo was ik laatst de keukenrol kwijt. Die zat toch in die bruine, metalen houder, tussen het aluminiumfolie en dat vershoudplastic? Ik vreesde dat hij door de tijd was ingehaald. Want ik zag dat de steelpannen tegenwoordig werden gescheiden door foeilelijke vilten plakken, terwijl daar vroeger echt zo’n papieren velletje tussen zat. Gelukkig is hij er nog steeds, alleen veel dikker dan vroeger. Hij paste gewoon niet meer in de houder. Is dat welvaart of overbodige luxe?

@Liedelet, kijk nog even naar de eerste zin, daar staan twee woorden overbodig te zijn.
– Soms liggen de dingen nog op hun oude vertrouwde plekken
Daar moet plekken enkelvoud zijn. Omdat elk ding op zich één plek heeft.
En wat de vraag op het einde betreft: dat kan een kwestie van merk zijn. Of geen merk.
@ineke, dit stukje is van Lisette en niet van mij 🙂
Excuus, Lisette en Liedelet
twee keer ben in eerste zin, verder mooi stukje