Jonge vrouwen uit het volk die hun werkhanden wegmoffelen in glacé handschoenen zijn een schande. Boven hun stand geklede burgermeisjes bederven hierdoor hun kansen op de huwelijksmarkt. Een burgerman durft ze niet aan, een heer verkiest ze niet.
Honderd jaar geleden was deze gedachte gemeengoed onder de gegoede Nederlandse burgerij.
Dienstboden dweilden heel wat af. Van een keukenrol hadden ze nog nooit gehoord. De eerste papieren handdoeken verschenen in 1919 op de markt. Die waren vast voor dames met een fijn gestel.
In 2013 zijn dienstboden uitgestorven. Ze zijn opgevolgd door een legertje onzichtbare vrouwen. Dagelijks poetsen en boenen zij heel wat af. Uit respect roep ik november tot nationale poetsmaand uit. Supertrashdame Olcay Gulsen ontwerpt vast een bijpassende poetsjurk.


Hear, hear….
… of een november-staking 😉
Hoi @Levja en @Irma. Ik heb grote bewondering voor deze vrouwen. Als zij zouden staken, komen veel huishoudens in de knel.
De dienstbodeklasse van rond 1900 is nu vervangen door dames uit Turkije en Polen, die parallel leg je treffend. Bedoelde je niet dat de boven hun stand geklede burgermeisjes hun huwelijkskansen werden bedorven door het ‘vrouwelijk werkvolk’. Zij bederven ze -zeker in eigen ogen- vast niet zelf.
Hoi @José. Nee, ik bedoel de dienstbodes zelf. Menig kind werd verwekt door de heer des huizes bij deze jonge vrouwen. Alles ging in het geniep en je moest je vooral niet gedragen als de vrouwen uit een beter milieu. Dan keek je eigen klasse op je neer. Calvinistisch Nederland. Het beroep van werkster wordt in 2013 ook door veel Nederlandse vrouwen uitgeoefend en niet alleen door allochtone vrouwen. Maar een beroep mag je het niet noemen, zo is de heersende opvatting.
@Geertje, hier blijf ik hangen:
– Boven hun stand geklede burgermeisjes bederven hierdoor hun kansen op de huwelijksmarkt. Een burgerman durft ze niet aan, een heer verkiest ze niet.
Die tweede zin valt op meer manieren te lezen. Daardoor verliest het verhaal vaart. Voor mij dan.