In de hoogste boom van het grote bos,
raakt een van haar blaadjes los.
Twee weken geleden nog maar,
was het groen en goed gevuld.
Nu ziet het rood en geel,
en is het arme blaadje krom gekruld.
Het dode blaadje waait weg in de wind,
die amechtig zucht, ander weer begint.
Een vaalgele zon gluurt voorzichtig vanachter een wolk.
En die is zwart, gezwollen en goed gevuld.
Regen klettert naar beneden,
en ieder is in regenkledij gehuld.
Als het blaadje op de grond is gearriveerd,
en inmiddels in ontbonden toestand verkeert,
de hoge boom kaal, piept en kraakt,
met dode takjes die ruisen en ritselen aan haar voet,
weet dan dat het weer herfst is,
en dat is goed.


Mooi!
En dat is goed…
Zucht… Mooi! Vooral dat amechtig zuchten 🙂
Verhip! Weer amechtig! Ik had daar in dit schone gedicht overheen gelezen. Grappig! Het blijft een prachtig woord.