Op, neer, op, neer. Ritmische bewegingen in een gelijkmatige cadans. Ik houd dit niet lang meer vol. “Vraag om hulp, bel iemand!”, roep ik mijn lotgenoot toe, “Ik kan het niet alleen”.
De pompende bewegingen gaan door. Ik blijf lucht toedienen. Als ik zou stoppen, zal zij instorten. Zij wankelt al. Het duurt wel lang, maar gelukkig helpt het. Ik ben het eigenlijk beu, maar ik houd vol. Ze hebben mij uitgelegd hoe je zo iets moet aanpakken. Ik had gehoopt er voor te worden gespaard. Helaas, vandaag is dan toch mijn vuurdoop.
Mijn lotgenoot heeft eindelijk iemand aan de lijn: “Hallo, kunt u ons helpen? Wij proberen de Sara op te pompen, maar zij loopt steeds leeg. Wat nu?”


@Jelle Gefeliciteerd!
Is Sara dan toch een man?
Dat dacht ik niet
Maar hij loopt steeds leeg!
Klopt, de Ik zegt zij en de lotgenoot zegt hij. Dat klopt dus niet.
@Levja @ineke de een ziet het vrouwelijke, de ander ziet het als een object. Strikt genomen lijkt mij dan het geschrevene acceptabel, maar ik buig mee: het wordt een zij.
Dat hij en zij maar een mooie feestelijke vijftigste verjaardag vieren. Proficiat dus.
@Jelstein ik vond het hij en zij juist wel leuk en volgens mij ook terecht (tenminste zoals ik het stuk las). Subtiel verschil van gezichtspunt, wat mij betreft zo laten 🙂
@Jelstein hij/zij, het is een geweldig stukje, big smile!
@Jelle, leuke clou. 🙂
Een dikke duim omhoog.
Dank allen voor de leuke reacties
@Jelle Pop is zowel een mannelijk als een vrouwelijk woord. Maar in dit geval is de pop een Sara, dus een zij. Dan gaat het feitelijke geslacht voor het woordgeslacht. In één stuk kan het wel zo zijn dat de één hij zegt en de ander zij, maar dan moet het niet op een schrijffout lijken. Lastig maar niet onmogelijk.
Wanneer je (…) zal ‘zij’ instorten (…) zou schrijven, dan zou (…) maar zij loopt steeds leeg (…) wel kunnen. Dan geef je op subtiele wijze weer dat de ik en de lotgenoot het elk anders zien.
zien is noemen