Na vele ontberingen bereikte ik de drakenklip. Weken later zag ik een stipje aan de horizon uitgroeien tot een groengeschubd monster, dat voor mij op de klip landde.
‘Sterveling,’ siste Chalyssa, ‘weet je niet dat ik van mensenvlees houd? Je hebt geluk dat ik niet hongerig ben.’
‘Daar hoopte ik op,’ zei ik. ‘Mag ik op je rug mee naar het Drakeneiland zonder dat je me daar alsnog opeet? Ik weet dat draken nooit liegen.’
‘Akkoord,’ antwoordde ze.
We schoten zo snel omhoog dat de loeiende wind mij bijna van haar rug blies. Spoedig zag ik het Drakeneiland opdoemen. Chalyssa koerste op een bergtop af.
‘Waar landen we?’ schreeuwde ik.
‘Op mijn horst natuurlijk,’ riep Chalyssa. ‘Mijn kinderen hebben honger.’


Ook in Nieuw-Zeeland wil ik minimaal één stukje plaatsen. Bij deze dus. Er is er trouwens nog eentje in fantastische sferen in de maak. 😉
@Hay, ik lees je stukjes heel graag. Weer een mooi verhaaltje. ‘Zo snel schoten we omhoog’ zou ik eerder van maken ‘we schoten zo snel omhoog’ dat loopt naar mijn inziens lekkerder.
Dank je, Desiree. 😉
Met de juiste intonatie zou het in de huidige vorm ook moeten kunnen. Ik probeer altijd om niet te veel zinnen met het onderwerp te laten beginnen. Hier is dat echter sowieso niet het geval, dus kan ik je advies probleemloos opvolgen.
@Hay, dat herken ik. Zo leest het voor mij rustiger. Weer een mooi beeld geschetst.
@Hay Een schitterend verhaal! Leuk dat je het ondanks je ver weg zijn toch hebt gepost.
Er komt er in elk geval nog eentje bij. 😉