“Kijk, een schaatsenrijder” zegt mijn vriend bij het uitlaten van de honden.
“Nou, je cognacje van gisterenavond werkt nog door” antwoord ik. “Het dooit en het ijs is pap. Geen hond op het ijs.”
“Ik bedoel Gerris lacustris, een insect uit de familie schaatsenrijders. Bij vorst zitten de echte schaatsenrijders dus aan de kant. Of eigenlijk tussen bladeren en het mos, waar ze zich moedwillig hebben laten invriezen. Nu het ijs aan het verdwijnen is, zwiert hij weer over de sloot.
Dit diertje beweegt zich voort door met de pootjes te roeien en veroorzaakt zo kleine golfjes. Daar zet ie zich dan tegen af en doordat de poten schoksgewijs worden bewogen lijkt de voortbeweging sterk op schaatsen.”
“Oh” zeg ik.

Tussen bewogen en lijkt hoort een komma.
@Levja Mooi geschreven!
Nog niet de status van veelschrijver? Misschien wil DeFrank die komma dan wel plaatsen?
Mijn dank @Ineke.
‘k Ben meer een plezierschrijver dan een veelschrijver.
@Levja, rustig doorschrijven, dan word je in elk geval te 120w vanzelf een veelschrijver.