Doordringend rinkelt de deurbel net iets te lang. Zenuwachtig kijk ik mijn vrouw aan, Marieke geeft schouderophalend aan dat zij niemand verwacht.
Het tweekoppige silhouet van mannen met hoeden werpt een dreigende schaduw de hal in. Ik open de voordeur en word onmiddellijk overrompeld door twee vredebewaarders: “U bent gearresteerd wegens subversief gedrag.” Mijn armen worden op mijn rug gedraaid, handboeien klikken vast om mijn polsen.
Gearresteerd omdat ik mijn zoon niet aangegeven heb, zit ik geboeid op het vredebewaringsbureau te wachten op mijn proces. Marieke slijmt met een vredebewaarder, smiespelend kijkt ze mijn kant op. De moed zakt in mijn schoenen als haar beschuldigende vinger mij aanwijst. Had ik maar niets gezegd over die scheldpartij van Joris op school.


@GJ De eerste zin loopt niet lekker. Je kunt dat oplossen door na deurbel een ; te plaatsen, maar je kunt de zinsdelen ook omdraaien. Dan wordt het zo:
Net iets te lang rinkelt de deurbel.
In die constructie is het woord doordringend overbodig, omdat dat al blijkt uit de zin.
Doordringend rinkelt de deurbel net iets te lang