De verschijning was demonstratief voor die dag, een dag die niet zwaarder werd naarmate de avond vorderde, maar juist lichter, omdat ik drank had en ik daar, in de verstrakte stilte van de nacht, haar zag lopen. Zij zou alles voor mij gaan betekenen, vanaf dat moment tot aan de laatste zoen.
Die nacht, tussen haar borsten, vond ik heet kolkend teer dat mijn mond in stroomde, tussen haar benen verdronk ik in haar zilte meningen. Het vocht dat ze uit mij trok was mijn eigen wil, die ik diep in haar verborg.
Monter stond ze op, ze liep naar de badkamer, “ruim jij die troep even op?”
Ze wees gebiedend naar de tissues op de vloer van haar appartement.

Mooi en streng geschreven, bijna (of misschien wel helemaal) een gedicht 🙂