Geboren op stand en meteen behept met het aureool van een zekere status. Als tiener deed ik er alles aan me te ontworstelen aan dat milieu. Toen wist ik nog niets van kansloze missies. Ondanks lange haren, gebleekt denim, Puch met hoog stuur, veelkleurige kralenkettinkjes, regelmatige bezoeken aan het Paard van Troje, Patchouli op mijn Afghaanse jas en consumptie van Rode Libanon ontspoorde ik niet echt. Ik genoot enig onderwijs en doorliep wat studies en werd een respectabel lid van de maatschappij. Onderdeel van het door mij eens zo verfoeide establishment.
Laatst voegde een jeugdvriendinnetje en passant me toe: “Jij was vroeger al Haagse kak en eigenlijk ben je dat altijd gebleven. Arrogante kwast.”
Dat leidde tot deze retrospectieve overpeinzing.

Recente reacties