In de Middeleeuwen en daarna was godsdienstvrijheid in Europa niet wijdverbreid. Men werd geacht christen te zijn en de leer van de Kerk te aanvaarden.
De Republiek van de Unie van Utrecht kende wel gewetensvrijheid. Niemand werd er vervolgd, uitsluitend om de inhoud van zijn geloof. Godsdienstvrijheid omvat echter meer dan gewetensvrijheid. Daar hoort ook het recht bij je geloof in het openbaar uit te oefenen. Dat recht werd in de Republiek niet erkend. Rooms-katholieken en dissidente protestanten moesten hun toevlucht zoeken in schuilkerken, die overigens wel, zoals we dat in Nederland noemen, werden ‘gedoogd’.
Godsdienstvrijheid zoals wij die kennen is een vrucht van de achttiende-eeuwse Verlichting. En over de reikwijdte van dat begrip zijn we nog altijd niet uitgepraat.


De judeo-christelijke wortels zijn denk ik van voor de 18e eeuw.
@Bob Tot de bronnen van de Verlichting behoort natuurlijk het christendom. Het begrip judeo-christelijk of joods-christelijk zegt mij niets. Er is weinig reden jodendom en christendom op deze manier samen te vatten.
Uiteraard, helaas vergeten sommigen dat.
“Het recht je godsdienst in het openbaar uit te oefenen” Een beroep oefen je uit. Geloven (in sprookjes) doe je of doe je niet. En daar zijn we vrij in. Je geloof ‘uitoefenen’ is dus een onjuiste omschrijving dat refereert aan handelen, in plaats van aan ‘geloven’.
Vrij om te geloven in sprookjes. Dat is iets anders dan de vrijheid jouw geloof op te dringen aan anderen. Op straat massaal bidden, is niet wat we onder vrijheid van godsdienst verstaan.
Sowieso is het wettelijk vastleggen van vrijheid van godsdienst onnodig. In andere wetsartikelen ligt dat reeds gewaarborgd, dus schrappen van godsdienstwetten, zou prima zijn.
@Blondemevrouw Het woord godsdienstoefening is goed Nederlands. Ik had misschien beter kunnen schrijven: ‘Daar hoort ook het recht bij openbare godsdienstoefeningen te houden’.