Wang tuurde ingespannen naar het appartement aan de overkant van de straat; zette het raam op een kier. Afstand zestig meter, een peulenschil. Hij schroefde de geluiddemper op de loop en richtte het wapen op het balkon van de derde verdieping. Zijn doelwit dronk een biertje en genoot onbekommerd van de avondzon. Een verdieping hoger zat een dikzak met enkele vrouwtjes. Die zal er niets van meekrijgen. Wang keek door het vizier… Pof! Die twintig mille waren snel verdiend.
‘Je hebt de verkeerde kop verbrijzeld!’ riep zijn opdrachtgever.
‘Onmogelijk,’ protesteerde Wang.
‘Toch! Hij zat een verdieping hoger. Kun je godverdomme niet tellen?’
‘Hij zat beslist op de derde.’
‘Vanaf de begane grond gerekend zeker, dat is hier de nulde, klootzak.’


Raak verhaal.
Als kind raakte ik er ook altijd van in de war die eerste verdieping.
Zeer goed geschreven. (In de titel zit de clou van het verhaal, misschien moet je die niet al bij voorbaat weggeven?)
Is Wang familie van Wong?