Jeroen vertrok na zijn tienerjaren met de nietsverwachtende ogen van een geslagen hond naar de grootstad, studeerde en vond een baan.
Op een ochtend stond hij op korte afstand van een stel lachende collega’s. Jeroen begon te grinniken. Zijn lach wilde hij met hen delen. Een collega vroeg waarom hij lachte, snauwde dat Jeroen op de plek waar hij stond niet kon gehoord hebben wat er verteld werd.
Nu, zovele jaren later, lacht Jeroen luidruchtig naar de grijze hoofden rond de minuscule vergadertafel. Hij schatert om hun giftige adem in zijn gezicht, Hij tikt op het plastic tafelblad en opent de spoedzitting. Hun prestatieniveau moet drastisch omhoog. Hij lacht bulderend naar hun applaudisserende grijpende handen en hun knellende witte laboratoriumjassen.


Recente reacties