Het lichaam van dr. Jakob was nog steeds niet ondergronds. Het dampende residu lag op een tafel en leek door een gorilla te zijn verscheurd. Als een behaarde sloopmachine dat bij hoog en laag beweerde iets eetbaars in de diepste vezel van dr. Jakob te kunnen vinden. De enige beschikbare patholoog die er het zijne van moest vinden had net in de kantine een wafel naar binnen gewerkt.
Met in zijn vale heuptas nog meer proviand, vibreerde zijn beeper bijna door de tafel heen. De man bromde een krijgsvuur van troebele geluiden. Zijn trage houding wekte meer dan ooit de indruk dat hij tijd stond te rekken, wat ook bleek uit een kaalgevreten klokhuis dat haast niet bruiner worden kon.

Recente reacties