Opgesteld in lange rijen, buigen ze zich hoog over mij heen. Ik loop rond, mijn mond ver open; niet eerder stond ik zó in het centrum. Puntig gestemd, ademen ze vertrouwen, brengen mij rust en geborgenheid in mijn sombere tijden. Ik bloei op bij hun strenge, statige sfeer. Zij blijven trouw; zijn dat al die jaren gebleven, ondanks de verlatenheid die er lijkt te heersen. Ik heb geen last van de dichtgespijkerde ramen, de brokkelende muren. Ik zie nog zo Bep, hangend uit het raam, ik stap ook nu nog binnen bij tante Nel op de hoek. En ik loop, buitenzinnig van het spelen, terug door de jaren, langs de huizen uit mijn buurt, langs de brokken van mijn jeugd.

Herschikking van je jeugd. Mooi.