Mark wenkt naar de barvrouw. Hier, in de kelderbar van het swingcafé, noemen ze hem De Dansende Hippie.
‘Je heb ze al klaar staan,’ zeg ik.
‘Je kent me toch,’ sist hij.
We botsen de flessen tegen elkaar. Mark begint. ‘Luister. Ik lees boeken over boeddhisme, best zweverig. De zinnen lijken soms te verdwalen, ik zwets niet.’ Hij zet de fles aan zijn mond en
klokt en klokt. Het heeft iets weg van een lammetje dat de fles krijgt; geweldige zuigreflexen.
‘En toen?’ vraag ik.
Hij boert voor twee. ‘En toen… shit! mijn nummer!
Let op mijn vriend.’ Hij wijst naar het gerstenat. Als een panter neemt Mark de wenteltrap: katachtig, soepel. Best knap, in zijn toestand.
Hij gaat dansen.

Recente reacties