‘Kijk!’ zegt ze. Ze vouwt haar verjaardagskaart open en maakt een dansje op de melodie.
‘En niet om ijs vragen hoor,’ zegt haar moeder.
‘Niet geven hoor.’
‘Nee’ – maar dat belooft hij niet.
– kinderen die nauwelijks weten dat ze het zijn, kinderen wier kinderen later ook het kind-zijn niet ervaren, onder een strohoed tegen de brandende zon op een koffieplantage voor te branden bonen, waarvoor zij de hoofdprijs betalen, maar nooit de wereldprijs krijgen.
Maar zij lopen in een andere wereld. Langs het terras richting ijssalon – op de tafels met blaadjes en hartjes opgeleukte cappuccino…
‘Heeft ze nu toch om ijs gezeurd?’ vraagt haar moeder.
‘Hoezo?’
‘Die vlek…’
‘Och, ze zei alleen maar: ‘Wat ruikt het hier lekker naar ijs.’


Recente reacties