Over haar toeren komt de collectante het politiebureau binnen: ‘Ik wil aangifte doen.’
‘Waarvan mevrouw?’
‘Nou, ik belde ergens aan. Een griezelige man deed open. Op de achtergrond klonk mistroostige muziek. Het voelde onprettig.’
‘Waarom bent u niet weggegaan?’
‘Dat ging niet, want hij pakte me stevig bij de hand, gaf er – bah, vies – een slijmerige zoen op, trok me naar binnen en deed de deur op slot. Hij liep keer op keer naar de ouderwetse grammofoon en draaide steeds dezelfde 78 toerenplaat en zette zo’n barokpruik op zijn kale knetter. Hij praatte nogal elitair, geen touw aan vast te knopen.’
‘O, dat kan geen toeval zijn, dat is die dwangneuroot met obsessief doordramgedrag die hier soms te gast is.’


Op zich een leuk verhaaltje. Jammer dat ik de voorgeschiedenis ken. Het is toch weer een sneer naar Cesar.
Lousjekoesje. Tjongejonge. Ik verwijs graag naar de titel en wie kaatst moet de bal verwachten.
@Lousjekoesje. Ik lees dit niet als een sneer, want qua verhaal wel origineel geschreven. En te gast zijn op een politiebureau levert vast ook weer inspiratie op voor nieuwe verhalen.
Gelukkig.