Ik loop naar de supermarkt tegenover het park, langs de villa met een groot grasveld – groter dan dat van het park – waar niemand te zien is. Wel twee peperdure auto’s. Zwart. De CEO van de grote supermarkt woont daar, als hij thuis is tenminste.
Uit het koelschap pak ik een flesje plat water dat in een rond flesje zit. Het pakje geld achterin laat ik liggen. Wasmiddel voor de witte was komt je zo duur te staan dat je erbij moet gaan zitten. Voldaan en in vrijheid loop ik naar huis en schenk het lege flesje aan een man die al een tas vol heeft. Zal wel een ex-crimineel of verslaafde zijn. Ik prijs me rijk: ‘Het leven is vurrukkulluk’.


Groetjes aan meneer F. 🙂