Voorovergebogen op de toiletpot heb ik de tijd om mijn grote teen goed te bekijken. Of beter: de groen bruin gekleurde kalknagel die dikkig en brokkelig als een vreemd dekseltje bovenop het vel ligt.
‘Doe godverdomme die deur open,’ tiert ze al roffelend op de stevig gesloten deur.
Ergens is het bederf ook onze relatie ingeslopen en heeft zich als een schimmel vertakt in alles wat gezond zou moeten blijven.
Voorzichtig pulk ik met mijn wijsvinger aan het uiteinde van de nagel, die zonder enige pijn omklapt en op het kleedje landt.
Mijn vrouw geeft haar woede op en vertrekt.
Straks ga ik douchen, kleed ik me aan en zal ik weggaan. Voor altijd, om zo opnieuw aan te groeien.


Het station scheurtjes reeds gepasseerd. In het kleinste kamertje worden vaak de grootste boodschappen gemaakt en beslissingen genomen. Gelukkig kun je er ook doorspoelen.
Verdiende hartjes.