Vaak vraag ik mij af hoe dé Verhalenverteller zich door dit glasvezeltijdperk zou kronkelen. Zien zijn ‘stukkies’ het daglicht dan nog, of blijven ze hangen in de laatste bruinste kroeg, waarin hij een verhaal over een ingegroeide kalknagel zo beschrijft dat je de vrouw of man pijnlijk voor je ziet, de kroeglucht ruikt, zoals rook, zelfs nu dat in een bruine kroeg niet eens meer mag?
De kastelein schenkt nog eens in en schrijft het op de lat. De weduwnaar vertelt opnieuw zijn verhaal, aan de hoek van de ronde bar zit een patser die een rondje geeft, schaaltje pinda’s van het huis erbij.
Lichtdoorlatend glasvezel verschiet zijn gekleurde wollige woorden; dé Verhalenverteller brengt zijn stukkie wel naar de krant.


Recente reacties