‘Dat kan ik zelf wel,’ zegt hij snibbig en klimt uit de bakfiets. ‘Komt mama me halen?’
‘Nee, morgen, dat weet je toch?’
‘Haal je me met de auto?’
‘Nee, papa heeft de auto.’
‘Mama heeft zelf een auto.’
‘Vergeet je broodtrommeltje niet’ – ze twijfelt… maar zegt toch alleen “dáág” tussen de kussende ouders.
Hij loopt over het schoolplein, kijkt niet om en zij om zich heen. Blonde, donkere… kinderen met steil haar of krullen en alles ertussenin. Geen een is van haar.
Hij heeft haar als vriendin, een kind én een ex-vrouw met wie hij ‘vrienden is gebleven’; een andere uitdrukking lijkt niet te bestaan als er geen ruzie meer is.
‘Mevrouw, heeft u een bonuskaart?’ vraagt de caissière.


Mooi.
Ik ben au pair geweest en tegenwoordig tante, maar bonusmoeder is natuurlijk nog een stapje verder…