‘Ik was de vader,’ schreeuwt Noah.
‘En ik was het kind,’ blèrt Julia.
‘En ik … ik … ik was de bakfietsmoeder,’ roept Noor.
Ik verslik me bijna in mijn koude juffenkoffie en kijk naar de poppenhoek.
Noah en Julia staren net als ik naar Noor.
‘De wat? Nee dat kan helemaal niet,’ zegt Noah tegen Noor.
‘Wat niet?’
‘Die fietsmoeder. Dat is gewoon stom. Dan wil ik geen vader zijn.’
‘Je bent zelf stom. Bakfietsmoeders zijn leuk.’
‘Waarom dan?’
‘Die brengen en halen je en dan zit je zelf lekker. En je kan altijd vriendinnen meenemen.’
‘Echt?’ vraagt Julia.
‘Maar dan moet je super zwaar trappen met zoveel kinderen,’ meent Noah.
‘Oh ja … dan … dan was ik het bakfietsmoederkind,’ antwoordt Noor.


Ik dacht ik maak er eens een soort Ik-je van. 😉
Fijne schrijfdag!
Haha.
Gelukkig vallen ze nog niet over de naam Noah/Noa en of die wel vader mag spelen. BBQ-vader? – Schrijf je voluit met een C. – Echt?!
Leuk idee, maar ik denk dat deze taal niet echt die van jonge kinderen is die in de poppenhoek spelen. Te ouwelijk.
‘En ik .. ik .. ik – ‘En ik … ik …
‘Oh ja .. dan, .. – ‘Oh ja … dan …
Een beletselteken bestaat uit drie puntjes, zonder komma’s.
Als je ‘was’ in ‘ben’ verandert is het al minder ouwelijk. Ik vrees dat ze iets als ‘chill zeggen i.p.v. leuk.
Als toevoeging: super zwaar – superzwaar.