Sal smeerde je nooit wat aan, maar liet uitgebreid zijn collectie zien. Had een hekel aan lapzwansen en mensen zonder ruggengraat. ‘Als je nu goochem bent, en dat ben je, neem je er een tweede broek bij. Een broek slijt eerder dan een colbertje. Ik zal je matsen en maak een mooi prijsje voor je.’
Te lange mouwen trokken nog op, te korte broekspijpen zakten nog uit. ‘Mooi stoffie.’
‘Kijk, dat bedoel ik nou,’ zei zijn vrouw steevast als ik iets zei over welk onderwerp dan ook. Een klant moet je altijd gelijk geven.
Sal kwam na het afspelden van mijn broekspijpen nauwelijks nog overeind. ‘M’n rug is naar de gallenmiezen.’ Iets uit zijn verborgen verleden dat zo moest blijven.


Zonder er woorden voor te gebruiken, heb je een mooie sfeer neergezet: ik zou graag in die winkel willen zijn.
Laatste zin zet tot meeleven aan. 👌
Eens met Alice. 🙂
Alice en Lousjekoesje, dank jullie wel!