Er waren eens veertig rovers. Na een dag hard werken maakten zij een kamp op, ontstaken een kampvuur en namen er omheen plaats met hun eenvoudige doch voedzame maaltijd.
De hoofdman zei tegen zijn adjudant: “Krelis, vertel jij eens een verhaal.”
Krelis dacht even na en stak van wal.
“Er waren eens veertig rovers. Na een dag hard…”
“Ja hoor eens,” zei Bastiaan, de hoofdman, “die grap kennen we hè. Heb je geen echt eigen verhaal?”
Krelis dacht na. “Wat je mist in mijn verhaal, Bastiaan, is dat ik in jouw hertebout strychnine heb verwerkt. Want ik ben jouw bazigheid zat.”
“Is dat echt zo? Ik voel mij kiplekker”, zei Bastiaan.
“Het is toch ook maar een verhaal,” antwoordde Krelis.


Zonder het te benoemen heb je de gevoelens van Krelis kraakhelder beschreven. Ik zou het bij groenten houden als ik Bastiaan was…