‘Wat ga je maken vandaag, pap?’
‘Gehaktballen, die vinden jullie altijd zo lekker.’
‘Oh ja, net zoals oma ze vroeger maakte?’
‘Ja, net als oma ze maakte. Drie, vier, vijf, weet je wel.’
‘Oh ja, drie eieren, vier beschuitjes en vijfhonderd gram gehakt toch?’
‘Ja, precies. En alleen kruiden met flink wat ketjap en natuurlijk sambal.’
‘Hmm, lekker, zin in!’
‘Wat doen die gesneden uien daar, pap?’
‘Het worden speciale gehaktballen deze keer, met schijven ui ertussen zoals een berenklauw.’
‘Wie ben je aan het bellen?’
‘Oh, gewoon mama, hoe laat ze thuis is.“Ja, met satesaus, hé”’
‘Oké, wanneer is mama er?’
‘Over twintig minuten ongeveer, en ze rijdt meteen langs de chinees. Of jij de tafel alvast dekt pap?’

Ach, vader speelt vals. Leuk.
De volgende keer een hele rijsttafel… En voor mij geen rijstebrij want dat lust ik niet.
– ‘Ja, net ZOals oma ze maakte.’ Deze zin is nu dubbel.
– Ik twijfel of de Chinees hier met een hoofdletter moet.
Een beetje van jezelf en een beetje van …
maakt ook eigenlijk niet uit van wie, het is in ieder geval goed teamwork!
De kracht van (bijna) herhaling zo te zeggen, Lousjekoesje. Dank voor je reactie. Chinees mag klein.
Eten bereid met aandacht, doet het altijd goed Alice.
Luc. Je bent wel met de berenhappen bezig, hè? Haha.
‘Gehaktballen, die vinden jullie altijd zo lekker.’ Dit is nogal voorgekauwd en had je beter door de kinderen kunnen laten zeggen.
‘Oh, gewoon mama, hoe laat ze thuis is.’ “ja, met satesaus, hé” – ‘Oh, gewoon mama, hoe laat ze thuis is. “Ja, met satésaus, hè.”’ Een citaat binnen een citaat!
Wat de chinees hiermee te maken heeft…?
Ja dat proef je er zéker aan af, Luc!