Het is alweer een eeuwigheid geleden dat ik in een gewone bioscoop geweest ben. Mijn filmhuis wordt gerenoveerd, en ik ben te ongeduldig om te wachten tot Oppenheimer daar wordt vertoond.
Wat een andere wereld is dit: heel veel rode vloerbedekking en een penetrante popcorn-lucht. Veel rumoer in de zaal. Bezoekers gaan tijdens de film hun eten en drinken even aanvullen. Gewoon weer langs iedereen heen schuiven. Sommige bezoekers klagen hoorbaar dat ze de film wel heel lang vinden duren, beetje saai ook. Spektakel oké, maar dat hele verhaal eromheen…
Wat zal ik blij zijn als ik straks weer in mijn filmhuis terecht kan. De stoelen zullen nog steeds minder lekker zitten, maar iedereen blijft gelukkig wel op zijn plaats.

Vandaar dat ik als ik al naar de bioscoop ga tegenwoordig (ook dat is door de commercie en maatschappij in de greep genomen) dan in de ochtend. Dan praten mensen niet door de voorstelling heen.
Gelukkig is Oppenheimer geen actiefilm. Voor mij rees steeds meer de vraag op of zijn ego (van Oppenheimer dus) werd gestreeld door zijn toch wel sublieme uitvinding. Was dit groter dan de wetenschap dat hij voor de vernietiging van de aarde en mensheid heeft gezorgd? In ieder geval voor de wereldorde. Zal zijn geest rusten in Hemelse vrede?
Wat stom zeg. Daar heb ik in de bios in Hoorn, Alkmaar en Heerhugowaard eigenlijk nooit last van gehad. Ook al was het in het weekend. Het filmhuis in Haarlem beviel me ook goed, maar dat is lang geleden.
Tuschinski Amsterdam was voor mij ook een hele belevenis. Het is een prachtig gebouw. Ik had er mijn portemonnee laten liggen. Ik was al op het station toen ik erachter kwam. Na een uur zoeken en teruglopen bleek dat mijn portemonnee bij de balie was afgegeven. Zelfs daar bestaan nog eerlijke mensen. 2p jaar geleden in ieder geval wel.
20 jaar.