Door het open raam van nummer 13 hadden jongens de koekoek uit de klok geschoten in de oorlog. Joseph Visschraper woonde daar. Beter bekend als ‘de Jodelaar’. Zijn vrouw Gretchen was Duitse. Ze gingen vaak naar het Zwarte Woud, maar Schwarzwald klonk mooier. Met schnaps op jodelden ze er ‘lustig’ op los. Wat kon ze gebeuren? Maar ondanks hun Duitse uitstraling werden ze meegenomen en werd hun huis leeggehaald.
Op 13A woonde Pieter Post – iedereen had een bijnaam. Ook hij jodelde soms als hij, met jenever op, van zijn trappers gleed. Hij had niets te vrezen; wie moest anders de post bezorgen?
Alleen Joseph kwam terug. Later ging hij op vakantie naar het Schwarzwald: ‘De natuur is er voor iedereen.’


Je schrijft fictie en terecht. De Joseph Vischschraper waarover ik heb gelezen is omgekomen in Sobibor in 1943.
Wel moeten verhalen over die afschuwelijke Tweede Wereldoorlog blijven worden doorverteld. Mijn moeder kon het niet. Als klein kind begreep ik dat al en dat is ook niet goed. Helaas blijft de oorlog in veel mensen zitten die het moeten ervaren.
Levja. Ik ken dat verhaal niet. Inderdaad, fictie.
De verhalen heb ik van voornamelijk mijn vader, ook al heeft hij lang niet alles verteld, of kunnen vertellen.