Indertijd verbleven er nog kinderen op de Dijk, toen er nog gewoond werd. Mijn zus en ik woonden er half, we werden nog wel eens uitbesteed aan opa en oma. Op de valreep heb ik nog vernomen dat mijn wieg allereerst op de Dijk heeft gestaan. Alsnog een verrassing.
En ’s avonds, als het stil was op straat, kon je er spelen met straatgenootjes. Ik was zowaar verliefd op een meisje uit het gezelschap, ik durf haar naam nog steeds niet te noemen. Maar een keer stamelde ik spontaan verliefd haar naam. Dat kon toch echt niet. Zij stampte in mijn richting om mij weg te jagen. De beloning voor mijn durf, die pas tientallen jaren later terug is gekomen.


Ah, een blauwtje op de groene dijk. De eerste keer weten we allemaal nog.