‘Mot je ‘ns kiek’n.’ Professor Emil Knuddelvoorde schud de Erlenmeyer met een paarse vloeistof. ‘Dit mot grun zien, toch?’
‘De stand van de wetenschap,’ mompelt Freek, zijn briljante student. ‘Niet te verstaan en zelfs de meest basistigste-basis analyse lukt niet.’
Freek draait naar zijn computer. Zijn prof tuurt al een uur verwonderd in het glaasje. Er zit niets anders op: zelf de recepten overtypen, de tabellen invoeren en de simulatierun draaien. Die paarse kleur, dat rekent de computer zó uit.
Glimlachend bekijkt Knuddelvoorde zijn arrogante hulpje en schuift het zakje rodekoolsap in de prullenbak. Laat hem lekker stressen met zijn nieuwlichterij. Geen respect voor het oude vakwerk: een proefstaafje in de vloeistof. Binnen vijf minuten zou die knul erachter zijn.

Bijzonder stukje. Naam leuk gekozen. Of misschien bestaat die prodessor echt?Basistigste-basis? Geen idee wat dat is. Of is het basisachtigste?
Hallo Levja, bedankt voor je commentaar. “basistigste-basis” is Freeks’ spreektaalverhapselingsverzinsel voor het eenvoudigste dat iemand volgens hem zou moeten kunnen (en verwijzing naar base en zuur).
De achternaam is verzonnen, de hooggeleerde voornaam Emil niet. Dit heeft verband met een ander belangrijk deel in de tekst…………
Het maakt dit stukje nog des te verrassender. Ik hou hiervan. Ook van nieuw verzonnen woorden.