‘Stop uitbuiting’ valt er te lezen op het bord waarmee hij staat te zwaaien als protest. Niet enkel de locatie schetst mijn verbazing. Hij staat bij de ingang van de plaatselijke supermarkt en lijkt daarbij ook nog eens amper 16 jaar oud.
Als ik naar buiten loop stop ik hem een reep chocolade in de hand. Hij kijkt me vreemd aan, alsof hij wil vragen wat hij daarmee kan. Ik leg hem uit dat als hij straks op Mark Rutte stemt hij met een tevreden gevoel zal terugkijken op de dag van vandaag. Hij knikt begrijpend. We keuvelen nog wat over de zichtbaar grote verschillen tussen arm en rijk.
‘En die reep chocolade dan?’
‘Een zoethoudertje, ook geheel des Ruttes.’

Luc, een vaste uitdrukking is: Wie (of wat) schetst mijn verbazing…’ (En daarna komt nog erachteraan wat je precies verbaast).
In dit geval is de zin: ‘Niet alleen de locatie schetst mijn verbazing.’ een tikkeltje vreemd Nederlands. Correct is: Niet alleen de locatie verbaast me.’ (En daarna moet je nog aangeven wat je dan nog meer verbaast).
Hopelijk was het wel fairtrade chocolade.