In een ver verleden zaten ze twee banken voor me. In een zwart jasje met een grijszwart gestreepte broek zaten ze er. Kolenboer werden ze genoemd. Het duurde jaren voordat ik erachter kwam dat dit niet hun achternaam maar hun beroep was. Iedere zondag waren ze er. Ik kan me niet heugen dat ik ze ooit heb horen spreken. Ze waren er gewoon, rechts in die voorste bank. Nou ja de bijna voorste, er zat nog een bank voor maar die werd alleen gebruikt als je een kind liet dopen, diaken werd of als je schuld moest belijden.
De laatste dagen, met de dreigende verdwijning van andere boeren, denk ik soms aan de twee broers die met hun vak vertrokken.


Ha Arjan, ik kan me nog herinneren dat bij ons thuis heel in het begin ook een kolenkachel was. En een zwarte kolenkit, in de schuur een opslagruimte voor de kolen. Het kolenhok. Mag ik dat een ver verleden noemen, vraag ik me af.
Zeker vraag ik me af, waarom we zo nodig het landelijke en natuurlijke in Nederland verdrongen hebben voor … ja, voor wat? Ook de boeren wilden groter en groter zonder aan het dierenleed te denken in al die megagrote stallen. Is dit nog terug te draaien? Ik ben bang van niet. Toch blijf ik hoop houden.
Hoi Levja, ja het blijven interessante vragen die je stelt. Wat dat ver verleden betreft; het geeft ook iets weer hoever ik zelf nu van die wereld afsta. Het gaat me dan niet zozeer om de chronologie als we de emotionele afstand die ik ervaar.
Arjan, jij hebt dit dus zo ervaren, ik ervaar dat als lezer niet zo. Het roept bij mij het stenen tijdperk op, bijvoorbeeld.
Ik zou het logischer vinden als je had geschreven: Toen ik jong was, zaten ze twee banken voor me. Dan zie ik jou en de twee mannen met hun specifieke kleding. Hun kleding vind ik namelijk heel beeldend weergegeven.
Ha oke! Ja je hebt een punt! Ik ga eens kijken. Dank je wel!