Het waren tijden waarin er nog iedere winter sneeuw viel. En de Amstel vroor regelmatig dicht. Of bijna helemaal dicht, er werd een vaargeul opengehouden. Je moest op het ijs niet te dicht bij die vaargeul komen, ja jongelui, ijs op de Amstel.
Op mijn driewielertje vergaarde ik sneeuw tot een grote bal. Althans, voor mij was die bal groot. En als ik die bal nou maar in de richel tussen twee huizen zou kunnen stoppen, dan zou daar in de nacht een olifant van komen. Zomaar een olifant, dankzij de sneeuw op de Weesperzijde.
Het was een tegenvaller dat ik dat niet voor elkaar kreeg, die bal.
Maar zo komt het dus dat je geen olifanten ziet in Amsterdam.


Goed dat ik het nu weet, André. Heerlijk verhaal.
Ook ik herinner me deze winters. Ik ging heel veel op de schaats naar school.