De dirigente bekijkt de verzameling musici. Stoïcijns aanschouwt ze het gehannes met partituren. Het stemmen is het gebruikelijke voorafje van de ouverture.
De laatste minuut voor aanvang van de repetitie breekt aan. De baton wordt omhoog gehouden in beide handen, haar schouders rechten zich, er komt een geconcentreerde frons op haar gezicht.
De verlegen altviolisten zijn allang onder de indruk en zitten strijkklaar op het puntje van hun stoel.
De trotse trompettist laat nog een laatste noot schallen en ook hij zit dan geconcentreerd klaar.
De fanatieke dwarsfluitiste speelt onhoorbaar alvast de eerste maten.
De klarinettisten zitten houterig op een kluitje.
Een enkele pauk dreunt nog door.
En dan, in koor, zingen ze voor hun dirigente: ‘Lang zal ze leven!’

Heel aardige plottwist.
@Berdien: da’s nog eens een serenade, leuk!
Haha, leuk Berdien. Grappig einde.
Berdien. Mooie apotheose.