De Antwerpse smierel, de Anatolische ringslager, de Figurita Valenciana, de Roemeense geëksterde baardtuimelaar, de Tsjechische bagadet, de Voorburgse schildkropper en de Zuidduitse moorkop hebben een aantal zaken met elkaar gemeen:
– Een fantastische naam.
– Een herkomstvermelding, waarbij sommigen geografisch specifiek terug te leiden zijn naar een plaats, de andere minder specifiek naar een regio of het minst specifiek naar een land. Al lijkt Zuidduits in dit geval minder specifiek dan Tsjechisch: in de tijd van de naamgeving was Duitsland waarschijnlijk een ander gebied dan nu. Ook is Voorburgs, door geringere omvang, specifieker dan Antwerps. Maar dat zijn onbelangrijke neuzelarijen.
Het belangrijkste is namelijk: Ze schijten dezelfde vlekken duivenpoep op de schone was als je in de buurt van hun hok woont.

Ik gun iedereen een leuke hobby, Menno.
Persoonlijk zou ik terug te leiden zijn naar gebruiken in plaats van terug te leiden zijn op een plaats. Grt.
Luc, je hebt gelijk. naar is beter.
@Menno: leuke ontknoping. Doet me denken aan een uitspraak van mijn opa: “Hoe belangrijk mensen ook zijn of doen, we zijn allemaal bloot geboren”
Hoi Lisette, bedankt. Hoe duur we ook doen, we moeten allemaal eten en naar het toilet.
Menno, mooie ode aan deze prachtige dieren.
Even terzijde: het bijvoeglijk naamwoord van Valencia is valenciana (in het Engels valencian en in het Nederlands strikt genomen valenciaans(e). Bij mijn weten gebruiken ze in Nederland meestal de Spaanse benaming: Figurita Valenciana. Ik vermoed omdat valenciaans vóór ‘Figurita’ geplaatst moet worden en dan klinkt het wat vreemd.
Doet trouwens niets af aan je stukje en het is inderdaad een vrij onbekend bv.nmw.
Cesar, bedankt voor de complimenten. Ik gebruikte voor de Figurita Valencia de omschrijving zoals die op internet gevonden heb. Valenciana is niet alleen correcter, het is ook mooier, ga ik wijzigen.