‘Je gaat al naar groep vijf is het niet, Sofie?’
‘Ja erg leuk, bij juf Ank, die is echt heel aardig. Zij is mijn lievelingsjuf.’
‘Hey, wat een sip gezicht, is het niet meer leuk op school?’
‘Nee, Juf Ank is ziek.’
‘Oh, dat is vervelend, hopelijk komt ze snel terug.’
‘Ja, dat hoop ik ook, er is een invalkracht.’
‘Ah, en hoe heet de nieuwe meester, of is het een juf?’
‘Meester Arjan.’
‘En is meester Arjan aardig?’
‘Nee, ik weet het niet, ik ben bang.’
‘Hoezo ben jij bang? Van meester Arjan?’
‘Ja, heel erg, hij is…heel groot.’
‘Hoe groot is hij dan?’
‘Tweemetertwaalf, heeft hij ons verteld.’
‘Ja, dat is erg groot, ik begrijp jou helemaal, Sofie.’

Om benaderbaar voor de kinderen te worden, zou meester Arjan door de knieën moeten gaan,naast dat hij gebukt gaat onder het invalkracht-bestaan
Het is zonder meer indrukwekkend om zo lang te zijn, maar in een dergelijk beroep is het meer een last dan een zegen. Niet alleen voor de meester maar voornamelijk voor de kinderen. Ja…er zit inderdaad een grote kern van waarheid in…
Ja dat begrijp ik.
Ik zit me zo voor te stellen dat de meester het boek over de GVR van Roald Dahl graag heeft voorgelezen.
@Luc: ik las net je andere stukje, in gezamenlijkheid is het erg leuk. Ik snap meester Arjan nu veel beter.
Frappant dat de meeste kinderen de GVR doodeng vinden, met name de film…Grt