De kraan lekt. Sinds ik het doorheb al driehonderdzesentwintig druppels lang en nog steeds tel ik door. Altijd als er iets tikt, drupt, bonkt, flitst of op welke wijze dan ook zich in een zekere regelmaat kenbaar maakt, begin ik met tellen. Als ik de tel kwijt ben, start ik weer met één. Het gaat me niet om het precieze aantal.
Mijn obsessie heeft geen voorkeur, ik schakel gemakkelijk over van de lekkende kraan, naar een woordenaantal of naar de slagen van mijn hart.
Mijn hart dat vandaag rusteloos mijn borst uit wil bonken. Met mijn arm klem ik mijn bovenlijf af, zodat de slagen minder aanwezig lijken.
Eén, twee, drie, vier … tel ik. Tot ik geen slag meer voel.


In slaap gevallen natuurlijk, begrijpelijk.
@Hadeke: om te ontstressen heb ik ooit geleerd om vanaf 100 terug te tellen in stappen van 13. Als ik het eind al haal voordat ik inslaap, ga ik gewoon weer terug.